GEEF JEUGDZORG MEER MIDDELEN VOOR VEILIGHEID
Datum: 17-01-2011
De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (met mr. Pieter van Vollenhoven als voorzitter) heeft op 13 januari het rapport ‘Over de fysieke veiligheid van het jonge kind’ gepresenteerd. De belangrijkste conclusie is dat de overheid de jeugdzorg te weinig middelen geeft om ernstig bedreigde kinderen veiligheid te bieden. Die conclusie trekt de Onderzoeksraad na bestudering van 27 gevallen van kindermishandeling met fatale en bijna fatale afloop. Het rapport geeft positieve aanknopingspunten voor betere veiligheid. Sommige media benadrukken het falen van de jeugdzorg. Maar dat is niet de conclusie van het rapport.
Samenwerking verbeteren
Hulpverleners in het gezin zoals artsen, maatschappelijk werkers en GGZ-medewerkers, zijn niet verplicht om mee te werken aan een onderzoek van Bureau Jeugdzorg. Dat betekent dat de professionals in de jeugdzorg onvoldoende in staat worden gesteld om een goede risico-inventarisatie te maken. Ook wanneer de kinderrechter een beschermingsmaatregel heeft opgelegd is de informatievoorziening door en samenwerking met andere beroepskrachten niet gegarandeerd. Concreet beveelt de Onderzoeksraad aan dat professionals in de jeugdzorg moeten kunnen beschikken over alle relevante informatie. Die informatie moet van buiten de jeugdzorg komen. Dat vraagt een omslag en ook een steviger meldplicht.
Kind onvoldoende centraal
In eerste instantie zijn de ouders verantwoordelijk voor onder andere de gezondheid en de veiligheid van hun kinderen, aldus de Onderzoeksraad. Wanneer meldingen worden gedaan over mogelijke kindermishandeling of er zelfs al sprake lijkt te zijn van een kind dat letsel heeft opgelopen, blijven leerkrachten en hulpverleners in een aantal gevallen de medewerking van de ouders te lang voorop stellen. Daar staat tegen over, dat onterecht ingrijpen (b.v. een uithuisplaatsing) ook schadelijk voor een kind kan zijn. Het afwegen van dat dilemma is heel erg lastig en vraagt veel deskundigheid. Daarom is het in ieder geval te melden, zodat er tot een verantwoord oordeel kan worden gekomen.
Inzetten op Professionalisering
De Onderzoeksraad beveelt dan ook terecht aan dat de professionaliteit in het kindveiligheidsstelsel moet worden vergroot. Professionals in onderwijs, gezondheidszorg etc., die zich zorgen maken over de veiligheid van een kind, dienen duidelijke kaders te krijgen wanneer zij wel of niet moeten melden. Dit kan gebeuren door betere professionele richtlijnen, het vaker inzetten van forensisch-medische kennis en het bevorderen van toezicht. Tevens moet er een aanpak komen voor het voorkomen van herhaling bij dezelfde ouders. Tot slot pleit de Onderzoeksraad voor het leren van voorvallen door systematisch onderzoek naar de oorzaken en achtergronden van (fatale) voorvallen, zoals dat ook in Engeland gebeurt. Daarnaast moet er ook veel meer onderzoek komen naar vormen van hulpverlening bij kindermishandeling, waarbij de ouders betrokken blijven bij de opvoeding van hun kind. Tender werkt op dat gebied met een gespecialiseerde methodiek, de Horizon methode.

