'Bij het Klanten-bureau kunt u ook met al uw vragen terecht.' 076 525 64 60

Vincent (4) - MKD

'Eerst voelde ik me een apparaat, later politie, toen zielenpiet en nu moeder. Een moeder die weet dat haar kind nooit de wereld zal veroveren.

Vincents overwinningen zijn klein: een kwartiertje spelen, zelf aankleden, eten of plassen, een handje geven of verstaanbaar praten, rustig slapen ook al weet-ie dat ik er die avond niet ben. Hem accepteren kostte me heel veel. De grootste verandering zit in mij. Waarom kreeg ik zo’n kind? Dat antwoord hoef ik niet te weten. Hij is zoals hij is. De scherpste kanten van zijn extreem gedrag zijn eraf. Mijn roze wolk werd van donderwolk tot schapenwolk. We hebben evenwicht gevonden. En daar kunnen we beiden de wereld – hoe begrensd ook – mee aan.’

De zwangerschap en de bevalling verliepen perfect. Machteld, zijn moeder, was min of meer per ongeluk in verwachting geraakt en stond er alleen voor. Geen probleem met veel vrienden en de crèche om de hoek. Ze schrapte in haar drukke leven en was er klaar voor. Na een maand begon het. Vincent mocht dan wel gulzig drinken, hij spuugde ook veel uit. Nooit was hij tevreden. Uren liep Machteld met hem rond. Een leeg bestaan. Ze wrikte zich los en ging werken. Vincent twee dagen naar de crèche en twee dagen naar oma. Het bleek hangen en wurmen. Na een jaar zei oma het niet meer aan te kunnen. Stuurde de crèche Vincent naar een fysiotherapeut omdat hij geen aanstalten maakte te gaan lopen. Lieten vrienden het afweten. En was Machteld uitgeput omdat Vincent paniekerig elke seconde opeiste. Via de huisarts en het ziekenhuis belandden ze in Medisch KleuterDagverblijf (MKD) De Tweegelanden.

Hart onder de riem
‘Ik was teleurgesteld. Ik, zo’n ondernemend en sociaal mens, Vincent zo’n bang en afstandelijk wezen. Daarnaast de wanhoop –niemand begreep er iets van. Omdat er niet meteen plaats was, besloot ik toch maar om ‘voorzorg’ te vragen. Een verstandige keuze en een hart onder de riem. Iemand die onbevooroordeeld luisterde, erkende wat er speelde, Vincents gedrag niet bagatelliseerde, hem even van me overnam. Haar tips sneden hout. Toen Vincent twee was, ging hij ’s ochtends naar het MKD. Eerst in een gewone groep, toen naar de speciale groep voor autistische kinderen. De dag dat het woord ‘autisme’ viel, was de slechtste in mijn leven. Nooit had ik zoveel verdriet.’ Machteld kreeg begeleiding. Het spookbeeld werd een reëel beeld. Ze las een boek over autisme; het werd een bibliotheek vol. Ze belde met de vereniging voor autisme; later werd ze actief lid. Ze vertelde haar moeder wat Vincent mankeerde; ondertussen weet iedereen ervan.

Ze verdeelde Vincents leven in heldere partjes en ontdekte daarin ruimte voor zichzelf. Eindelijk weer energie. En Vincent? Die had aanvankelijk zijn handen vol aan het groepsleven. Geen onderzoeker of therapeut kon hem benaderen. Toen zijn wereld getransformeerd werd tot plaatjes, kreeg hij rust. De picto’s vertellen hem wat er staat te gebeuren, wat hij moet doen, wie hij waar treft. Een ritmisch bestaan met zijn tafeltje als baken. Hij gaat inmiddels naar de fysiotherapeut en de logopedist. ‘Ik werd vaardig als moeder van een autistisch kind. Een ventje dat niet meer claimend aan mijn trui trekt, maar met zijn wapperende handjes, zijn korte zinnen, zijn vluchtige oogopslag laat weten dat het goed is.’ 

imageimage
image
image