'Bij het Klanten-bureau kunt u ook met al uw vragen terecht.' 076 525 64 60

Gabriël (10) - Krabbebossen

'Misschien waren we naïef. Een vijfjarige Colombiaanse straatjongen. Het was gissen naar zijn achtergrond. We geloofden in de kracht van ons gezin. Maar met Gabriël hadden we een monstertje in huis gehaald.'

‘Hij liet ons in de waan dat hij de taal niet beheerste. Strooide met zijn reebruine ogen rond dat wij hem mishandelden. Zette ons allemaal tegen elkaar op: mij, mijn vrouw, onze kinderen Bas en Willemijn. We riepen de hulp in van het RIAGG. Hoe moesten we Gabriël hanteren? Het leek goed te gaan. De vermoorde onschuld als de hulpverlener er was. Tot die zondagmiddag. Bas volledig overstuur. Zijn computer - zelf gespaard - in mootjes. Een maand later brachten we Gabriël hier.’

Gabriël was toen - net tien - een rond kereltje. Gefixeerd op eten. Maar alles wat hij naar binnen schrokte leverde hem geen lengte op. Een allemansvriendje dat de ene week een kleuter mee naar huis nam, de week erop een puber. Zijn stemmingen even wisselend: uitbundig en extravert of vlak en gereserveerd. Zijn verwoestingsdrift in al die jaren gegroeid - van leeggegoten parfumflesjes tot verscheurde boekenverzamelingen. Een adoptiekind dat zich nooit zou kunnen hechten, niet in staat tot intimiteit. ‘Daar wil je als ouder niet aan. Een zoon zonder geweten. Liefde overwint toch alles? We snapten niet dat De Krabbebossen hem - zoals ze zeiden - ‘emotioneel-neutraal’ benaderde. Geen kus bij het slapengaan, stoeipartijtje in het bos of even kroelen op schoot. Geen therapie want dat was te persoonlijk; slechts logopedie om hem het schrokken af te leren. Dagelijks naar de Koperakker. Een aaneenschakeling van regels en afspraken. De eerste keer dat we hem opzochten was verschrikkelijk. Ons kind een machine…’

Een bittere les
Zijn ouders wensten Gabriël thuis - de herinneringen ten spijt - dus namen de bezoeken over en weer toe. Ze geloofden in liefdevolle maakbaarheid - ondanks de inmiddels opgedane kennis over een zoon of dochter als ‘bodemloze put’. Ze hoopten redding te vinden in de *PAD-methodiek - voor Gabriël echter niet meer dan een kunstje. Hooguit leerde hij dat de mensen om hem heen gevoelens kunnen hebben. Dat het handig kan zijn daar mee rekening te houden. ‘In de grote vakantie probeerden we het. Met z’n allen maakten we het gezellig. Samen op stap. Binnen twee weken brachten we hem terug. Uitgeput en ontmoedigd. Bas en Willemijn nijdig want Gabriël hield nooit op met pesten en treiteren. Mijn leven lang vergeet ik dat ene beeld niet. Wij met vieren in de auto, hij alleen tussen het groen. Een ontworteld kind. We moesten hem loslaten. Alleen dan konden we hem laten leven. Een bittere les.’
Gabriëls ouders gingen ervaringen uitwisselen met adoptielotgenoten. Kwamen niet meer naar de groep om contact te zoeken met hun zoon, maar om te zien hoe je in liefde niet nabij komt. Concretiseerden met steun van de gezinsbegeleider hun rol als ouders op de achtergrond. Richten zich op de toekomst: Gabriëls groei naar zelfstandigheid. In een internaat. Een plek om te wonen en straks een vak te leren.

Ouders op afstand
‘Het is een mooie jongen geworden: lang en slank, zelfs evenwichtig, minder destructief. We zijn trots op hem. Zeker net zo trots op Bas en Willemijn. Twee volgroeide pubers die wisten te overleven. En wij? Niet meer die ballast van onmacht, woede, frustratie. Het diepe verdriet blijft. Toch is het goed zo. Ouders op afstand’

* PAD = Programma Alternatieve Denkstrategieën

imageimage
image
image